In De Overslag heeft Ronald de Ceuster de voegen tussen de bouwstenen, waarmee de muren van De Overslag zijn opgetrokken als het ware overgetekend met stopverf, zodat het blokkenpatroon geaccentueerd en daardoor zichtbaar wordt. De manier waarop de blokken gestapeld zijn, valt doorgaans niet erg op, omdat de muren wit geschilderd zijn, en de aandacht uitgaat naar de kunstwerken die in de ruimte tentoongesteld zijn. Door de muur zelf te benadrukken laat De Ceuster zien wat meestal veronachtzaamd wordt, waar overheen gekeken wordt. Door het blokkenpatroon zichtbaar te maken dwingt hij de toeschouwer op een andere manier naar de ruimte te kijken. Hij laat zo niet alleen de schoonheid van de ruimte zien, maar ook dat het schijnbaar regelmatige patroon van de blokken afwijkingen , slordigheden en onregelmatigheden vertoont: hij laat de hand zien van de bouwer. Daarmee wordt de ruimte intiem. Door deze ingreep is in de ruimte een reliëf ontstaan. De Ceuster kiest bewust voor een materiaal als stopverf, omdat hij het bestaande wil bevestigen. Qua materiaal sluit de stopverf aan bij het karakter van de ruimte, en krijgt door zijn stugheid een eigen handschrift. Het reliëf varieert in breedte en dikte, heeft koelere, zakelijke lijnen en emotionelere gedeeltes, waardoor het ook te “lezen” valt als een “verslag” van het werken van De Ceuster zelf – hij beschrijft de muren en de ruimte als het ware, en benadrukt op die manier de in zichzelf gekeerde sfeer van de ruimte. Zo vormt dit handschrift enerzijds een spanningsveld met het mathematische, voorspelbare en bekende van het blokkenpatroon, anderzijds wordt het blokkenpatroon beeld door het handschrift. Omdat het blokkenpatroon de hele ruimte behelst, is de ruimte zelf het beeld geworden en is het beeld de ruimte.